Bugatti EB110: 500.000 tot 800.000 euro – 139 exemplaren

V12, 4 turbo’s – 3,5 liter – 560 tot 610 pk – 0-100 km/u in 3,3 seconden – 344 km/u

Begin jaren 90 verrees Bugatti uit zijn as dankzij het enthousiasme van een Italiaanse zakenman. Het bedrijf zocht de beste ingenieurs, vestigde zich in grote fabrieken en werkte aan toptechnologie: vierwielaandrijving, een 3,5 liter grote V12 met vier turbo’s en tot 610 pk voor de SS-versie. Aardverschuivende prestaties gecombineerd met een beheersbaar weggedrag.

Ferrari F50: 2,3 miljoen euro – 349 exemplaren

V12, atmosferisch – 4,7 liter – 520 pk – 0-100 km/u in 3,8 seconden – 325 km/u

De legendarische F40 opvolgen was geen eenvoudige klus. Ferrari zette dus de grote middelen in met een V12 uit de Formule 1, een uitbundig lijnenspel en een afneembaar dak. De laatste Ferrari-hypercar met manuele versnellingsbak, deze F50, met een geluid en sensaties die aan een racewagen doen denken.

Mercedes CLK-GTR: 2 miljoen euro – 35 exemplaren (alle versies samen)

V12, atmosferisch – 6,9 tot 7,3 liter – 619 tot 720 pk – 0-100 km/u in 3,2 tot 3,8 seconden – 344 km/u

In 1997 lanceerde Mercedes de straatversie van dit competitiemodel. Het FIA-reglement vereiste een productie van minstens 25 exemplaren en Mercedes paste zijn productiemodellen lichtjes aan: een toegenomen cilinderinhoud (6,9 liter), wat alcantara en leder en een wettelijke uitrusting. Voor de rest is dit een echt monster voor op de weg.

Porsche 911 GT1: 5 miljoen euro – 25 exemplaren

6 cilinders, boxer met 2 turbo’s – 537 pk – 0-100 km/u in 3,9 seconden – 308 km/u

Net als Mercedes moest Porsche eveneens minstens 25 exemplaren van zijn racewagen op de weg zetten om zijn 911 GT1 te homologeren. Het resultaat? Een ultieme 911, met bijna 550 pk, die zich weliswaar beter thuis voelde op circuit dan op plattelandswegen.

Jaguar XJ220: 300.000 euro – 277 exemplaren

V6, 2 turbo’s, 3,5 liter – 550 pk – 0-100 km/u in 3,8 seconden – 340 km/u

Jaguar kondigde een straatversie aan die nauw aanleunde bij zijn racemodellen, aangedreven door een geweldige V12. Uiteindelijk werden het maar half zoveel cilinders. De V6 biturbo had niet hetzelfde karakter, maar ontgoochelde zeker niet op vlak van prestaties: de “220” in zijn naam verwijst naar zijn topsnelheid in… mijl per uur. Te vermenigvuldigen met 1,6 dus.

McLaren F1: 11 miljoen euro – 106 exemplaren (alle versies samen)

V12, atmosferisch – 6,1 liter – 627 pk – 0-100 km/u in 3,4 seconden – 380 km/u

Als er één hypercar is die je moet onthouden, dan is het deze wel. De McLaren F1 herbergde voor die tijd uitzonderlijke technologie en originele elementen (drie zitplaatsen met de chauffeur centraal, gouden bekleding in het motorcompartiment om de hitte tegen te houden,…) en spreekt vandaag nog tot de verbeelding. De circuitversies van deze Le Mans-winnaar verschilden nauwelijks van de straatversies.