Do’s:

1. Gebruik twee emmers

Gebruik je maar één emmer, dan sop je je washandschoen telkens opnieuw in water dat vuil van je auto bevat. Gebruik één emmer met autoshampoo, een andere met water om je washandschoen in uit te spoelen. Kijk na je wasbeurt maar eens naar wat er in de tweede emmer is achtergebleven…

2. Verwijder het grootste vuil eerst

Hou deze eenvoudige volgorde aan: spuit eerst het grootste vuil al weg, was daarna je auto met shampoo voor het kleinere vuil en spoel hem daarna af onder een zachte waterstraal. Werk trouwens altijd van boven naar beneden. Zo vermijd je dat er vuil water van je dak naar beneden drupt, recht over de ruiten die je net maniakaal hebt schoongemaakt…

3. Maak de portieren, motorkap en koffer ook schoon

Heb je alle ruiten, koetswerkpanelen en velgen schoongemaakt? Open dan even de portieren, motorkap en koffer. Je zult zien dat er in de kaders van de portieren, motorkap en kofferklep nog altijd vuile delen overblijven.

4. Was je velgen apart

Je velgen zijn misschien wel het vuilste deel van je auto. Remstof is bovendien hardnekkig te verwijderen. Gebruik daarom een specifieke velgreiniger en een aparte schoonmaakdoek, en neem je velgen onder handen als laatste onderdeel van de schoonmaakbeurt.

5. Zoek een autoshampoo met wax

Een waslaagje op je auto beschermt je lak langer. Je kunt je auto na het wassen apart behandelen met wax, of je kunt op zoek gaan naar een autoshampoo die al wax bevat. De twee-in-eencombinatie doet je auto glanzen en laat regen- en andere waterdruppels er mooi van af parelen.

6. Stop je washandschoen en microvezeldoek in de wasmachine

Klaar met de grote schoonmaakbeurt? Kijk dan even naar je washandschoen en microvezeldoek die je uitgespoeld hebt. Helemaal proper zijn ze niet. Stop ze dus in de wasmachine (kijk zeker op voorhand even op het etiketje of de verpakking hoe je ze moet uitwassen) zodat ze de volgende keer weer volledig schoon zijn.

Don’ts:

1. Gebruik geen gewone spons

Een klassieke spons houdt het vuil van je auto vast aan het oppervlak waarmee je wrijft. Je veegt het vuil dus gewoon terug over je lak. Investeer liever in een washandschoen: die heeft langere haren en laat het vuil niet aan het oppervlak zitten. Regelmatig spoelen in je tweede emmer is altijd de boodschap.

2. Gebruik geen zeemvel

Droogwrijven achteraf doe je ook beter niet met een zeemvel: ook die is te ruw en houdt het vuil aan de oppervlakte. Een microvezeldoek of wafeldoek is zachter en neemt meer water op. Ook verwijdert zulke doek het resterende vuil beter.

3. Gebruik geen afwasmiddel of allesreiniger

Klassieke huis-, tuin- en keukenproducten om je auto schoon te maken? In de kast laten staan! Autolak is gevoelig, en allesreiniger of afwasmiddel te agressief. Investeer daarom beter in een degelijke autoshampoo. Kijk zeker ook even bij punt 5 van de do’s…

4. Was je auto niet in volle zon

Met het mooie lenteweer heb je soms geen keuze, maar je auto in volle zon wassen is geen goed idee. Je auto droogt bliksemsnel en laat shampoosporen na op je lak. Dat betekent dus dubbel werk. Heb je geen schaduw? Werk dan deel per deel af: dak inzepen en afspoelen, voorruit inzepen en afspoelen, enzovoort.

5. Ga niet achteloos te werk met een hogedrukreiniger

Een hogedrukreiniger is een ideaal hulpmiddel om hardnekkig vuil van je auto te verwijderen. Maar wees voorzichtig: hou hem niet te dicht bij je lak en hou hem in een hoek van 45 graden. Blijft er nog vuil over? Verwijder dat dan met de hand.

6. Laat vogelpoep niet te lang hangen

We schreven het onlangs nog: vogelpoep verwijder je het efficiëntst door snel in te grijpen. Hoe langer het op je lak blijft, hoe moeilijker het te verwijderen valt en hoe meer de uitwerpselen kunnen inwerken op je lak.