Hoewel autoconstructeurs al meer dan een eeuw uitblinken in het plooien van metaal en het ontwerpen van steeds meer efficiënte motoren uit steeds complexere materialen, was software meestal een bijzaak voor deze merken. Dat mag niet verbazen: software is een heel andere wereld. Voor petrolheads kan het zelfs nogal saai zijn. Het ruikt niet naar benzine, je kan het niet aanraken, het wordt veel sneller vernieuwd en – misschien wel de belangrijkste reden – het is veel minder emotioneel dan de creaties van gebogen metaal die je kan bewonderen op het Concours d’Elégance.
![]() | ![]() |
De tijden veranderen
Software werd altijd al stiefmoederlijk behandeld door de autowereld, een noodzakelijk kwaad, of je het nu bekeek als aanbieder of als klant. Maar de tijden zijn veranderd. Je kan geen moderne wagen hebben zonder massale hoeveelheden software. Die beheert de aandrijflijn, de productielijn, alsook de actieve en passieve veiligheidssystemen. Daarnaast moet er tegenwoordig ook steeds meer entertainment voorzien zijn voor elke passagier aan boord, via talloze digitale diensten die worden geprojecteerd op grote aanraakschermen die je vanop elke zitplaats kan bedienen. Op een dag zal software zelfs het rijden overnemen en de auto transformeren in een rijdende cinema, kantoor, dansvloer of wat je ook maar wilt. Op dat moment wordt het plooien van metaal misschien wel bijzaak, met software als de ster van de show. De constructeurs hebben die logica al begrepen. Ze zijn begonnen met zich een weg te banen in de softwarewereld, met wisselend succes.
Onlangs hebben twee constructeursgroepen, Volkswagen en General Motors, hun bedrijfstak die zich bezighoudt met software opnieuw georganiseerd. Beide takken hebben een nieuwe leider gekregen. Volkswagen koos voor Peter Bosch, een manager van binnen de groep met een achtergrond in autoproductie. GM koos voor Mike Abbott, een topman uit de IT-industrie, voormalig manager bij Apple en dus van buiten het bedrijf. Interessant genoeg zijn beide benaderingen voor deze posities erg verschillend van elkaar.
De eerste vraag die opkomt, is om te weten welke van de twee aanpakken de meest veelbelovende is. In eerste instantie zou je denken dat een softwaremanager beter is in het beheren van softwareontwikkeling dan een manager met een achtergrond in autoproductie. Aan de andere kant moet je de cultuur van metaalbuigen eren, net als de trots binnen deze organisaties die daarmee gepaard gaat – waardoor de productiemanager misschien wel het meest op zijn plaats zit. Op het eind van de rit zal het een kwestie zijn van persoonlijkheid: wie van de twee is de meest gevoelige en overtuigende manager?
Een meer interessante conclusie heeft te maken met de strategische ambities die beide bedrijven hebben met deze personeelskeuzes. De CV’s van de gekozen kandidaten geven alvast een hint. Net als de reacties van hun bazen bij het nieuws van deze aanstellingen.
Verschillende visies
Peter Bosch werd verwelkomd door VW-CEO Oliver Blume met de vermelde kenmerken van “een strategist, een facilitator en een teamspeler”. Dat klinkt alsof hij iets moet implementeren en vlot moet laten werken, zoals je de motor van een auto zijdezacht moet laten draaien. Geen revolutie, dus. Je zou ook kunnen zeggen “zorg gewoon dat die verdomde software draait en onze auto’s storingsvrij werken, en schaal het dan op als een productielijn”. Geen conventionele keuze voor een softwarebedrijf. Maar Bosch zal wel begrijpen welke softwaresteun hij miste in het verleden, toen hij nog auto’s bouwde. En net dat is het punt: het klink als business as usual. VW’s kerntaak is en blijft motoren bouwen en auto’s doen rijden. Punt uit.
Dit is wat Mary Barra, CEO van GM, te zeggen had over Mike Abbott: “Mike’s ervaring als oprichter en ondernemer in combinatie met zijn bewezen ervaring in het creëren en verspreiden van enkele van de meest interessante softwaregedefinieerde oplossingen voor consumenten en bedrijven, maken van hem een uitstekende kandidaat...”. Ze noemt hem een oprichter en een ondernemer, in de context van aantrekkelijke softwareoplossingen voor consumenten en bedrijven. Wat doen oprichters? Ze starten nieuwe bedrijven. Dit klinkt spannend. Waar Peter Bosch de taak heeft gekregen om de wagens van VW foutloos te doen draaien, lijkt Mike Abbott een bredere opdracht te hebben gekregen: GM’s businessmodel uitbreiden naar het aanbieden van nieuwe, aantrekkelijke oplossingen (in de auto) voor consumenten en bedrijven. Een soort nieuwe OnStar, maar dan beter?
Een gewaagde stap vooruit
GM zet hiermee opnieuw een gewaagde stap. Eerder had het al vroeg ingezet op elektrische wagens, geïnvesteerd in Cruise, een leider in autonoom rijden, en nu lijkt het softwaregerelateerde diensten aan zijn portfolio te willen toevoegen. Dat heet visie. Bravo, GM.