De laatste maanden zagen we minder drukbezochte veilingen dan voordien. Die leverden vaak ook minder opvallende resultaten op. Betekenen lagere prijzen voor oldtimers en meer onverkochte exemplaren dat de markt in een recessie beland is? Dat zou kunnen: RM Sotheby’s, een grote speler in de wereld van de autoveilingen, sloot zijn belangrijke veiling in het Italiaanse Villa Erba op 27 mei onder de verwachtingen af: met heel wat onverkochte exemplaren en auto’s die vaak voor een lagere prijs dan het geschatte bedrag verkocht werden.

Waarom?

De exacte redenen zijn moeilijk te bepalen. De Brexit, het presidentschap van Donald Trump en de wereldwijde economische schommelingen hebben zeker een invloed, en investeerders zijn daardoor voorzichtiger. De oldtimerwereld kan natuurlijk ook niet blijven groeien, en is net als de wereldeconomie misschien onderhevig aan verschillende conjuncturen.

De geschiedenis herhaalt zich

Eind jaren 80, toen Enzo Ferrari overleed, werd het vuur aan de lont gestoken met de explosie van autoprijzen. Dat duurde tot 1990, toen de prijzen even snel weer zakten. Het duurde dus ongeveer een kwarteeuw voor de geschiedenis zich herhaalde. In de tussentijd nam de waarde van oldtimers gestaag toe.

Enkele voorbeelden

Zo is er de BMW 507, waarvan er tussen 1955 en 1959 254 exemplaren werden geproduceerd. Twee jaar geleden kostte een model gemiddeld meer dan 2 miljoen euro. Op 21 augustus 2016 vond er een model ter waarde van 1,72 miljoen euro geen nieuwe eigenaar. Op 27 mei 2017 vond dit nochtans authentieke exemplaar bij RM Sotheby’s voor 1,38 miljoen euro geen nieuwe eigenaar.

Bij Maserati was de 3500 GT Spyder in 2016 meer dan een miljoen euro waard. Tijdens de veiling in Villa Erba ging er een exemplaar voor 750.000 euro onder de hamer (exclusief kosten). Meer nog: een Ferrari 250 GTE werd geveild voor € 400.000, maar liefst € 250.000 minder dan in 2015. Daytona-liefhebbers zullen ook blij zijn: van een gemiddelde prijs van € 850.000 twee jaar geleden tot € 650.000 nu.

Niet verkocht bij RM Sotheby’s

Het veilinghuis vermeldt het succes van klassiekers uit de jaren 30, zoals de Talbot-Lago “Goutte d’eau” voor 3 miljoen euro, en het prototype van de Bugatti 57 Atalante voor 2,7 miljoen euro. Maar die resultaten liggen lager dan de schattingen. De uitzonderlijke Mercedes-Benz 680 S uit 1928, vormgegeven door Saoutchik en geschat op 6,5 tot 8 miljoen euro, geraakte met 5 miljoen euro niet aan een nieuwe eigenaar.

Zo zijn er nog heel wat onverkochte exemplaren: een Porsche 959 uit 1988, een Alfa Romeo 6C uit 1930, een Bentley Type-R uit 1953, en zelfs een Ferrari F12 tdf uit 2016: het probleem geldt dus voor alle generaties.

Alle soorten auto’s?

Alleen auto’s waarvan de waarde astronomisch is toegenomen, lijden onder de plotse waardevermindering. Er is nog steeds een publiek voor "betaalbaardere"“modellen. Zo veilde RM Sotheby’s onder meer een bijzonder mooie Austin Healey 100/4 BN2 voor € 70.000 (zonder kosten). De klassieke Porsche 911 lijkt dan weer wat van zijn pluimen te verliezen.

Kans grijpen

Populaire sportwagens uit de jaren 50/60/70 zagen hun waarde gedurende meer dan 30 jaar gestaag toenemen. Dat lijkt vooralsnog niet te veranderen: het aantal geproduceerde exemplaren is hoger, waardoor de markt natuurlijk gereguleerd wordt. Een Alfa Romeo 1600 Bertone of een MGB? Hun waarde lijdt niet onder de grillen van de markt en neemt langzaam verder toe.