Vergeet niet dat met de huidige banden de gripgrens heel ver weg ligt, waardoor de ongewenste wispelturige aard van deze vijf modellen grotendeels kan worden getemd.
1. Mercedes 300 SL Coupé
Een mythe, en waarschijnlijk de meest gekende en meest gegeerde Mercedes ooit. Zijn weggedrag is nochtans behoorlijk verraderlijk door de pendelas achteraan. Mercedes koos die oplossing voor meer comfort, maar je moest wel onthouden dat je nooit gas mocht lossen in een bocht. De cabriolet zou dit gebrek rechtzetten.
2. Triumph GT6 MK1
De Triumph GT6 werd lang gezien als “de Jaguar E-Type voor de armen”: een lange motorkap, een fastback-achterkant, achterwielaandrijving en een zescilinder in lijn voorin. De eerste versies kampten met een te eenvoudige achteras: het zeer variabele camber van de wielen kon je in hachelijke situaties brengen als je brutaal van het gas ging. Vanaf de Mk2 werd de achteras herzien voor meer stabiliteit.
3. Chevrolet Corvair
Ralph Nader, een beroemde Amerikaanse advocaat zonder rijbewijs, gooide in de jaren ’60 een bom met zijn boek “Unsafe at Any Speed”. Hij schreef onder meer over de Chevrolet Corvair en hoe die gevaarlijk kon worden door zijn zescilinderboxer en zijn levendige achteras. Sommige eigenaars vonden zijn oordeel soms onrechtvaardig. Maar ook hier geldt net zoals voor alle vorige modellen dat een brutale en onaangepaste rijstijl heel ernstige gevolgen kan hebben…
4. Porsche 930 Turbo
De eerste Porsche 911 Turbo werd regelmatig “Widowmaker” (weduwmaker) genoemd. Die bijnaam was volgens sommigen sterk overdreven en volgens anderen soms toch terecht. Dat neemt niet weg dat de combinatie van achterwielaandrijving, een gigantische reactietijd van de turbo en een niet veel minder gigantische ‘stamp in de rug’ van die laatste maakte dat de 930 Turbo een delicate auto was om in de regen te mennen.
5. Renault Clio V6 Phase 1
Je moet de durf bewonderen van de directie van Renault toen ze aan de vooravond van de 21ste eeuw deze automobiele koortsdroom toeliet: een Clio waar de achterbank uit was gesloopt en vervangen door een V6 van 3,0 liter. Het chassis was niet genoeg op punt gesteld en kon op de grens gevaarlijk worden, waarbij de kont brutaal durfde uitbreken. Dat fenomeen opvangen was bovendien knap lastig als gevolg van de beperkte stuuruitslag. De Phase 2 (facelift) pakte dit wispelturige temperament aan zodat de Clio V6 minder giftig werd om mee te rijden…