Uiteraard was een dergelijke auto niet bedoeld voor de arbeidersklasse, maar wel voor apparatsjiks en andere VIPs uit de Sovjetwereld. In de jaren ’50 was het aantal bevoorrechten die aanspraak konden maken op het bezit van een auto zeer beperkt. Dus een automobiel van dit kaliber kon enkel bedoeld zijn voor de toplaag van de partij.
Bij zijn ontwikkeling zijn de ingenieurs duidelijk hun inspiratie gaan halen bij de producten van de kapitalistische vijand. In zijn boek “De auto’s van het Oosten” vertelt Bernard Vermeylen dat de fabriek een Chrysler Imperial en twee Packard Patricians had gekocht. Het product van de Sovjets moest die twee laatsten uiteraard overtreffen: hij moest groter en breder zijn en meer chroom torsen. De ZIL reduceerde een Cadillac tot een zuinig stadswagentje…
?
Vond je dit artikel interessant en wil je het laatste autonieuws meteen in je mailbox ontvangen? Schrijf je – net als meer dan 300.000 autoliefhebbers – nu gratis in via e-mail: