De 9-3 is het typevoorbeeld van de ernstige gezinsberline. Hij werd in 1998 onthuld als vervanger voor de 900 maar hield wel vast aan zijn algemene stijl. Technisch gezien had hij weinig origineels te bieden aangezien Saab deel uitmaakte van General Motors: het platform kwam van een Opel Vectra, net zoals de dieselmotor. Gelukkig hadden de Zweedse ingenieurs ook hun eigen zegje mogen doen: de benzinemotoren kwamen van hen en ze konden hun eigen afstelling doen voor de ophanging.
De betrouwbare en geruststellende 9-3 was niet speciaal opwindend. Dat was ongetwijfeld waarom de Scandinavische teams beslisten om een sportievere variant te bedenken, de Viggen. Zijn naam is een eerbetoon aan een straalvliegtuig dat Saab in de jaren ’60 bouwde.
Met een dergelijke referentie verwacht je logischerwijze verpletterende prestaties, een buitenissige koetswerkkit en een interieur met kuipstoelen. De Viggen stelde niet teleur: zijn 2,3-litermotor ging van een lagedrukturbo naar echte drukvoeging en ontwikkelde 230 pk en meer dan 340 Nm aan koppel.
De hernemingen waren flitsend, meer dan de acceleraties. In die mate dat de voorwielaandrijving het lastig had om deze krachtsontplooiing te verteren. Bij gebrek aan trekkrachthulp moesten de ingenieurs het koppel beperken in de twee eerste versnellingen, maar op vochtige ondergrond bleef de Viggen een delicaat beestje. Er zijn 4.500 exemplaren van gebouwd, waarvan een groot deel naar de Verenigde Staten ging.
%%pbox_5%%