Midden de jaren ‘60 volgden sportwagens voor op de weg de trend die enkele jaren eerder door racewagens gestart werd: die van de centraal achterin geplaatste motor. René Bonnet was één van de eersten met de Djet en er waren geruchten dat Lamborghini werkte aan een supercar met een waanzinnig design... Maar Enzo Ferrari was onwrikbaar: een Ferrari voor op de weg, dat moest een auto zijn met een V12 voorin. Dus toen Sergio Pininfarina een project voorstelde voor een supersportwagen met een motor centraal achterin, zei hij nee!

3 plaatsen en 380 pk!

Maar ‘Il Commendatore’ gaf uiteindelijk toch (een beetje) toe: Luigi Chinetti, de invoerder van het merk in de Verenigde Staten, en de flamboyante Fiat-baas Gianni Agnelli, zagen zichzelf wel achter het stuur van zo'n model. Sergio Pininfarina zette daarom enkele van zijn beste mensen op dit project. Een eerste prototype werd voorgesteld in 1966. De gelijkenis met de Dino 206 GT is treffend, maar deze 365 P is anders: drie zitplaatsen voorin, zoals in een McLaren F1, en een 4.4 liter V12 centraal achterin, goed voor een vermogen van 380 pk bij 7.300 toeren per minuut! Deze rechtstreeks uit de racerij stammende motor maakte het mogelijk om een top van 250 km/u te benaderen!

2 exemplaren!

Ondanks de superlatieven van dit eerste exemplaar gaf Enzo Ferrari geen groen licht om hem op de markt brengen. Een tweede exemplaar werd echter gebouwd voor Gianni Agnelli, terwijl het eerste in de garage van Luigi Chinetti belandde. Terwijl Lamborghini in hetzelfde jaar de Miura uitbracht, bleef Ferrari met de Daytona inzetten op motoren voorin. Pas in 1973 koos Ferrari eindelijk voor deze architectuur, met de 365 GT4 BB.