Stofzuigerproducent Dyson heeft net laten weten dat zijn (al heel vergevorderde) plannen voor het bouwen van elektrische auto’s zijn afgevoerd. Het bedrijf had al een oude militaire basis gekocht, waar een team van 523 mensen full-time bezig was met de ontwikkeling van minstens drie automodellen, en zou ook een fabriek gaan bouwen in Singapore. Ondertussen heeft het bedrijf al 2 miljard pond (2,3 miljard euro) in het project gepompt. En toch… “Het team heeft een fantastische auto bedacht en het stopzetten van het project heeft niets te maken met de kwaliteit van hun werk […] Hoewel we doorheen de ontwikkeling heel hard hebben geprobeerd, zien we vandaag echter geen enkele manier om het project commercieel leefbaar te maken”.
Doodgeboren
Het klopt wel dat Dyson al een paar rare bokkensprongen heeft gemaakt. Aanvankelijk wou het bedrijf in zijn elektrische auto’s batterijen met een vaste elektrolyt (zogenaamde solid state-batterijen) gaan gebruiken, maar toen bleek dat de ontwikkeling daarvan nog jaren zou duren, moesten ze overschakelen op conventionele lithium-ioncellen. Ook de keuze voor Singapore als productielocatie deed sommige analisten de wenkbrauwen fronsen. Professor David Bailey van de Aston Business School omschreef het verhaal met de volgende pijnlijke woorden: “Het project heeft commercieel gezien nooit steek gehouden. Het voelde meer aan als een prestigeproject van James Dyson [CEO van Dyson]”.
Wat gebeurt er nu met de restanten van het project, dat eigenlijk al heel vergevorderd was? Dyson zegt lang naar een overnemer te hebben gezocht, maar tevergeefs. Het zal nu nog proberen om de patenten die het heeft aangevraagd ten gelde te maken, maar voor de rest zal het Britse bedrijf de verliezen gewoon slikken. Een pijnlijk verhaal…