In tegenstelling tot neef Citroën gaf Peugeot de voorkeur aan een zekere esthetische en technische terughoudendheid. De 605 had sobere lijnen en een conventionele ophanging. Maar die laatste was naar goede Peugeot-traditie wel bijzonder goed ontwikkeld, waardoor de 605 een van de veiligste en meest levendige berlines in zijn segment was. Qua motoren bood Peugeot een breed gamma van viercilinders op diesel en benzine aan, naast de V6 ‘PRV’ van 170 pk, of zelfs 200 pk in de versie met 24 kleppen.
De 605 was dus goed gemotoriseerd en ook de uitrusting was op peil: boordcomputer, gestuurde ophanging, elektrisch verstelbare stoelen enzovoort. En net daar zat zijn grootste zwakke plek: de elektrische kabels waren immens, waardoor de betrouwbaarheid van de systemen in de problemen kwam. De eerste klanten betaalden het gelag, waardoor het imago aan diggelen lag van de Franse berline die de Duitse krachtpatsers wou beconcurreren.