Wie herinnert zich niet het pijnlijke faillissement van de Zweedse autobouwer Saab. Het merk, dat in 1937 werd opgericht onder impuls van de Zweedse regering die zelf vliegtuigen wilde produceren, begon in 1949 met het bouwen van auto's. Gedurende verschillende decennia slaagde Saab erin een zeer benijdenswaardige reputatie op te bouwen, zowel wat veiligheid betreft als design. Het merk was ook één van de pioniers in de ontwikkeling van turbo's.
In 2000 kocht General Motors het Zweedse merk en trok het mee in de economische crisis van 2008. Saab werd vervolgens in 2010 gekocht door Spyker, maar die samenwerking liep al snel op de klippen. In 2012 nam de Chinees-Zweedse start-up NEVS het over, maar na twee jaar ging het bedrijf weer failliet. Wat overbleef van de montagelijnen van Saab werd niettemin in 2016 overgenomen door NEVS, dat toen van plan was om er een 100% elektrisch merk van te maken, op basis van een nieuw industrieel project. Dat zou echter beperkt blijven tot de Chinese markt.
Exotische smaak
Saab had in zijn hoogdagen ook in Azië heel wat succes, vooral in Taiwan. In die mate zelfs dat in 1980 in Taipei een bedrijf werd opgericht: de Scandinavia Asia Corporation (SAC). Dit gewetensvolle bedrijf bleef de naverkoopservice verzorgen, ondanks het faillissement van de autobouwer. En, ondanks het gebrek aan nieuwe producten om aan klanten aan te bieden, beschikt SAC over niet minder dan zes servicecentra in heel Taiwan, die uitsluitend gewijd zijn aan het onderhoud van de Saab-modellen die nog op het eiland in omloop zijn.
Bovendien is daar vorig jaar nog een nieuw garage geopend! Natuurlijk verkopen ze geen nieuwe Saabs, maar modellen die een bijzonder grondig onderhoud hebben gekregen, met garantie op de koop toe. De reserveonderdelen koopt SAC bij General Motors en bij voormalige leveranciers van de autobouwer. Dat is iets waar Taiwanese Saab-eigenaars, die duidelijk erg gehecht zijn aan hun auto's, blij mee zullen zijn!