In 1976 onthulde Ford een revolutie in zijn gamma: de Fiesta betrad een segment dat het merk nog niet kende, namelijk dat van de stadswagens. Bovendien verschilde hij van de rest van het gamma door zijn voorwielaandrijving en zijn kofferklep achteraan. Het werd een succes, maar na vijf jaar besliste Ford om zijn carrière een frisse duw in de rug te geven met een sportieve afgeleide die kon meesurfen op de golf van kleine GTI’tjes die toen de markt veroverden. Het resultaat was… gedenkwaardig.
In 1981 onthulde Ford met zijn XR2 een behoorlijk gespierd ogende Fiesta. Alle nodige attributen van een kleine sportieveling waren aanwezig, van extra grootlichten over vleugelverbreders, lichtmetalen velgen en matzwarte toetsen. Qua look vinkte de XR2 dus al de juiste vakjes af. En qua inhoud? In tegenstelling tot Volkswagen, dat voor een elegante oplossing had gekozen met een lichtmetalen injectiemotor, ging Ford in zijn organenbank graven en belastte het de voortrein met de Kent-motor, een zware 1.6-viercilinder met een gietijzeren blok, tuimelaars en een Weber-carburator.