Conceptmodellen van auto’s schetsen vaak een idyllische blik op de toekomst. In de jaren 50 droomden de Amerikanen bijvoorbeeld van vliegende auto’s. In 1992 toonde Citroën zijn ideale visie op de stadsauto in het Franse paviljoen op de wereldexpo in Sevilla.
Elektrisch
De Citela – kort voor City Electric Automobile – was een kleine, bolle auto met elektrische aandrijving. Onder de motorkap zat een elektromotor van 20 kW (27 pk), gevoed door een nikkel-cadmiumbatterij van 14 kWh. De topsnelheid van 110 km/u was ruim voldoende voor stedelijke omgevingen. Daar had hij een rijbereik van 210 kilometer.
Stedelijk
De 2,96 meter lange auto gleed geruisloos door de stad. Een revolutie voor 1992. Aan een stopcontact van 220 volt had de batterij tussen 6 en 10 uur nodig om op te laden. Innovatief: de boordcomputer kon het interieur opwarmen tijdens het herladen.
Moduleerbaar
Naast de aandrijving was ook het design van de stadsauto revolutionair. Het chassis bestond uit composietmaterialen, de koetswerkpanelen uit plastic. Daardoor zette hij amper 790 kilogram op de weegschaal. Nog een voordeel was dat het koetswerk kon worden aangepast. In enkele minuten maakte je er een pick-up of een roadster van. De auto was zijn tijd echter te ver vooruit en hij haalde het productiestadium nooit. 27 jaar later zou het evenwel een heel ander verhaal geweest zijn…

