Op het salon van Parijs van 1967 stelde Ferrari zijn derde gezinsgerichte auto met een 2+2-opstelling voor. De 365 GT 2+2 sloot perfect aan op het erfgoed van zijn twee voorgangers (250 GTE en 330 GT 2+2), maar innoveerde wel op een reeks technische punten.
Aan het tekenpotlood zat de onvermijdelijke Pininfarina, die voor de voorkant inspiratie haalde bij de 500 Superfast uit het verleden, terwijl de achterkant innoveerde met een bijzonder design voor de achterlichten. Maar wat vooral indruk maakte, was de lengte van het gevaarte: bijna 5 meter. Dat leverde hem meteen de bijnaam “Queen Mary” op.
Onder de motorkap betreden we bekend terrein. Daar deed nog steeds de gekende Colombo-V12 dienst. Die was vergroot tot 4,4 liter en ontwikkelde 320 pk. Dat ging gepaard met een ongeëvenaarde soundtrack en een handgeschakelde vijfversnellingsbak. Ferrari verraste echter door voor de achteras een hydropneumatische ophanging te kiezen die voor een constante hoogte zorgde.