De watergekoelde zescilinder boxer, de atypische koplampen, … de eerste indruk die de Porsche 911 van de 996-generatie bij zijn lancering in 1997 maakte, deed veel mensen huiveren na de meer traditionele 993, die volgend jaar 30 wordt. En toch was dit model (samen met de al even controversiële Cayenne vanaf 2003) mee verantwoordelijk voor het onafhankelijke voortbestaan van het merk. 25 jaar na de geboorte van het model geeft August Achleitner, de toenmalige productverantwoordelijke bij Porsche, meer uitleg.
Beïnvloed door de Boxster, V8 overwogen
“Het was tijd om te breken met oude gewoonten,” zegt Achleitner “Porsche had een auto nodig in een lager prijssegment, om een hoger verkoopvolume te helpen genereren. Dit leidde tot het idee om de Boxster en de 996 onderdelen te laten delen." Dat was onder andere de elektronica en de neus, die bij de Boxster tot veel minder kritiek leidde dan bij de iconische 911. De Boxster Concept die enkele jaren eerder getoond werd op het autosalon van Detroit werd er zelfs gekroond tot ‘best of Show’.
![]() | ![]() |
Terwijl de waterkoeling voor de zescilinder boxer van de 996 puristen al deed steigeren, kwamen ze er nog goed vanaf. “We experimenteerden met de motor omdat de luchtgekoelde twee-kleppen-per-cilinder ontwerpen technologisch aan het eind van hun ontwikkeling waren wat betreft uitstoot en vermogen,” zegt Achleitner. “En luchtgekoelde boxers met vier kleppen werkten niet vanwege verschillende hotspots waar we geen vat op kregen. In 1989 werd bij wijze van proef zelfs een compacte V8 achterin gemonteerd, maar ook dat idee werd verworpen. Dat bracht ons dus bij watergekoelde vierkleps boxermotoren."
Naar het voorbeeld van Toyota?
Dat de Boxster en de 996 veel onderdelen met elkaar gemeen hadden, zorgde ervoor dat de productie efficiënter en winstgevender was. Ook de koplampen, met vijf functies in één behuizing, waren sneller te installeren en zorgden op die manier voor tijd- en kostenbesparing. En dat was nodig, want Porsche zat begin jaren ‘90 niet in al te beste papieren. Naar verluidt inspireerde het productieproces van Toyota Porsche om de veranderingen door te voeren.
In 2002 kreeg de 996-generatie van de 911 een facelift met een tot 3,6 liter vergrote boxermotor en er kwamen extra uitvoeringen. Nooit eerder waren er zoveel verschillende versies van de 911 als bij de 996-generatie, en ondanks de kritiek werd het model een succes, met zowat 175.000 verkochte exemplaren. Vandaag is de 996-generatie van de 911 zowat de meest betaalbare. Ideaal dus om jezelf het 911-rijplezier cadeau te doen aan een ‘bodemprijs’, misschien zelfs als GT3 of een Turbo?